Himeji
Na ons verblijf in Miyajima namen we de ferry en trein richting Himeji. Onze bagage lieten we achter in een locker op het station. Himeji was een tussenstop omdat we graag Himeji Castle wilden zien, een van de mooiste kastelen van Japan en onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed. Met zijn witte muren en elegante vorm wordt het ook wel het “Witte Reigerkasteel” genoemd. We verkenden zowel het kasteel van binnen als de naastgelegen Koko-en-tuinen, die een prachtig contrast bieden met het imposante kasteel. Het uitzicht vanaf de bovenste verdieping leverde een geweldig fotomoment op. Qua kleur vielen de tuinen wat tegen, want we hadden fleurige bloemen verwacht, maar daar waren er nu maar weinig van. De tuinen waren verder goed onderhouden. We verlieten Himeji en gingen door naar het drukke Kyōto.

Kyōto
Bij aankomst in Kyōto wilde ik eigenlijk meteen weer terug naar Ōsaka of een van de andere plekken waar het rustiger was. Wat is dit een drukke stad, terwijl het niet eens zo groot is als bijvoorbeeld Tōkyō. Er stonden zelfs verkeersregelaars bij een kruispunt op slechts vijf minuten lopen van ons hotel. Zonder hen zag je de stoep niet meer, omdat er zoveel voetgangers probeerden over te steken. Als het te druk werd, moesten de auto’s die groen hadden gewoon wachten.
Na het inchecken gingen we op zoek naar een restaurant voor het avondeten. Zoals altijd was er te veel keuze en wist je niet welke de beste zou zijn. Ik maakte al snel een keuze en ons hotel regelde de reservering. Het restaurant lag in het centrum van Kyōto. Bij aankomst werden we warm ontvangen door de chef. Binnen bleken we de enige gasten te zijn, een privé diner dus! De acht andere plekken bleven leeg.
We kozen tussen verschillende menu’s, en de chef bereidde het eten voor onze neus. Ik ben geen soepliefhebber en zie vissen liever in de zee zwemmen dan stil op mijn bord, maar ik heb alles gegeten wat mij werd voorgeschoteld. De soep was heerlijk en de enige misosoep die ik lekker vind. De zeepaling, die ik normaal nooit zou kiezen, was verrassend goed. De dure Spaanse ham mogen we ook niet vergeten, net als de malse Wagyu… We kregen bijna tranen van geluk. Hieronder zie je wat foto’s van deze culinaire ervaring.












De volgende dag zijn we op stap geweest in Kyōto, waar er erg veel te zien is. We hebben 3 bezienswaardigheden uitgekozen die we niet wilde missen: Arashiyama, Kinkaku-ji en Fushimi Inari Taisha. Hieronder lees je daar meer over.
Arashiyama
Het bamboebos van Arashiyama kennen we allemaal van Instagram. Vooraf wist ik al dat het kleiner is dan het lijkt. Toen we er eenmaal waren, klopte dat precies. Een magische plek, maar de zee van toeristen maakt het wat minder magisch. De wandeling naar de uitgang, door een rustige wijk in plaats van terug door het drukke bos, was eigenlijk nog mooier. We liepen in alle rust langs charmante Japanse woningen die iets weg hadden van westerse huizen. Het deed me even denken aan Giethoorn. Stel je voor: dag in, dag uit toeristen op één meter van je voordeur, alsof je in een museum woont. Geen bewoner te zien. Wel wat studenten verderop, die erg onder de indruk waren van mijn Japans: “goedenavond, oh nee, goededag!”


Kinkaku-ji (Gouden Paviljoen)
Dit gebouw wilden we voor geen goud missen! Op foto’s zag het er al prachtig uit, maar in het echt is het ondanks de drukte nog indrukwekkender. Ik denk dat dit soort plekken in Japan 365 dagen per jaar vol staan met bezoekers. Toch hebben we enorm genoten van het Gouden Paviljoen. Is het geen plaatje?
Fushimi Inari Taisha
We sloten de dag af bij Fushimi Inari Taisha, nog zo’n beeld dat iedereen kent van Instagram. Het is indrukwekkend om door de eindeloze rijen torii-poorten te lopen die zich rond de berg slingeren.
Ik had gelezen dat toeristen vroeg in de ochtend gaan om de drukte te vermijden, soms nog voor zonsopkomst. Tegen de tijd dat wij halverwege waren, werd het alweer donker. Toen werd het eerlijk gezegd best griezelig… Er lopen daar ook wilde dieren rond. Toen de schemering viel, besloten we om te keren. Onderweg naar beneden kwamen we mensen tegen die nog omhoog gingen, wat wij niet helemaal begrepen. Zelfs de stoere man die ons eerder met volle moed voorbij was gelopen, kwam ons haastig achterop; hij leek ook genoeg te hebben van de donkere stilte.
Beneden was de straat naar de tempel ineens bijna verlaten. Overdag is het er onvoorstelbaar druk, maar hoe verder je loopt, hoe rustiger het wordt. We maakten boven prachtige foto’s en vonden het bezoek zeker de moeite waard. Het mooiste moment is toch echt met daglicht.






De reis die nooit echt eindigt
Eén ding is zeker: je kunt Japan niet in één reis volledig leren kennen, en dat hoeft ook niet.
Juist de verschillen maken het land zo bijzonder. Of je nu valt voor de rust van de bergen, de energie van de steden of de tropische eilanden in het zuiden, er is altijd meer te ontdekken.
Verder lezen
Benieuwd naar de rest van mijn reis door Japan? Lees hier verder:
Deel 1 – Voorbereiding, Ōsaka en Tōkyō
Deel 2 – Nikkō, Hakone, Hiroshima, Miyajima
Deel 4 – Okinawa
Als je graag nog meer wilt lezen (en zien!) over Japan: op Instagram deel ik binnenkort nieuwe verhalen, foto’s en een heel bijzonder winter wonderland. Leuk als je me daar volgt. ❄️🇯🇵

Klaar voor Japan
Wil jij naar Japan? Neem contact met mij op voor een persoonlijk reisvoorstel dat écht bij jou past. Mijn contactgegevens staan onderaan de pagina.


Plaats een reactie