Intro
Van jongs af aan ben ik al geïnspireerd door Japan. Het begon met het kijken van anime en groeide langzaam uit tot het leren van de taal. Dat laatste had ik graag beter vastgehouden, want wat je niet gebruikt, verleer je nu eenmaal. Toch bleef het steeds weer terugkomen: de drang om me verder te verdiepen in de Japanse taal en cultuur.

Voor deze ultieme trip ben ik verder gegaan met de voorbereiding dan ik normaal gesproken doe. Ik had treintickets vooraf gereserveerd en allerlei andere zaken al geregeld of uitgezocht. Dat bleek achteraf geen overbodige luxe. Sterker nog: een maand voor vertrek zag ik met eigen ogen hoe tickets opeens uit de Japanse boekingssystemen verdwenen. Dat gaf flink wat stress, maar gelukkig was ik er vroeg bij. Ik had genoeg verhalen gelezen van reizigers die te laat begonnen waren met plannen en daardoor een trein of bezienswaardigheid misten. Ondanks mijn vroege voorbereiding heb ik die spanning dus óók gevoeld.
In deze blog deel ik hoe ik me heb voorbereid en hoe dat in de praktijk uitpakte. Wil jij graag naar Japan en wil je goed voorbereid op reis? Of ben je benieuwd hoe het land voelt door de ogen van iemand die er écht is geweest? Lees dan zeker verder. Wie weet neem ik je mee naar Japan.
Japan
Japan is een land van contrasten. We werden letterlijk op elke hoek verrast. Aan de ene kant vind je bruisende metropolen met moderne architectuur en een eindeloze stroom van mensen en licht. Aan de andere kant wandel je langs eeuwenoude tempels, serene tuinen en bossen waar de rust overheerst. Hoeveel rust je ervaart, hangt af van de plekken die je bezoekt. Als het om de highlights gaat, helpt vroeg opstaan niet altijd. We hebben allemaal dezelfde gedachten: (1) deze plek mogen we niet missen, (2) hoe kunnen we de stroom toeristen vermijden, (3) vroeg gaan? De enige manier om de drukte echt te ontwijken, is door de minder bekende plekken te bezoeken. In deze blog vertel ik daar meer over.

Maar eerst nog even wat algemeen informatie over Japan. Deze eilandengroep in Oost-Azië bestaat uit vier hoofdeilanden: Hokkaidō, Honshū, Shikoku en Kyūshū. Vooral Honshū is bekend, met wereldsteden als Tōkyō, Kyōto en Ōsaka. In totaal wonen er zo’n 123 miljoen mensen, maar toch is het land opvallend georganiseerd, schoon en veilig.

Met een rechtstreekse vlucht vanaf Nederland ben je in ongeveer 11 à 12 uur in Tōkyō. Het tijdsverschil is +7 uur in de zomer en +8 uur in de winter. De munteenheid is de Japanse yen (internationaal: ¥, Japans: 円, “en”). In hotels en winkels kun je vaak gewoon pinnen of met een creditcard betalen, maar in kleinere restaurants, markten en op het platteland blijft contant geld onmisbaar.
Er is geen ‘beste’ reistijd voor Japan, het hangt helemaal af van je plannen. In mijn ogen is elk moment bijzonder om te gaan. In de lente (maart tot mei) staat het land in bloei met de kersenbloesem (sakura), terwijl in de zomer (juni tot augustus) festivals, vuurwerk en tropische eilanden zorgen voor levendige dagen vol energie. In de herfst (september tot november) verandert de natuur in een zee van rood, oranje en goud, en in de winter (december tot februari) geniet je van rust, heldere lucht, sneeuwlandschappen en onsen (natuurlijke warmtebaden). Elk seizoen laat een andere, maar even betoverende kant van Japan zien.

Belangrijke keuzes
Reisperiode
Wij reisden in september en waren begin oktober weer terug. Met een avondvlucht van China Eastern Airlines vlogen we van Amsterdam naar Shanghai (PVG), waar we na een korte transfer overstapten op de vlucht naar Ōsaka (KIX). De totale reistijd was 14 uur en 45 minuten. De terugweg verliep via dezelfde route, maar duurde iets langer: 16 uur. We landden ’s avonds weer in Amsterdam. Dit was de eerste keer dat ik met deze luchtvaartmaatschappij vloog. Ben je benieuwd naar mijn ervaringen? Laat het me weten in de reacties onderaan deze blog.
JR Pass
Een van de belangrijkste keuzes die ik vooraf moest maken: wel of geen JR Pass.
De prijsstijgingen van de afgelopen tien jaar voelen eerlijk gezegd een beetje als een toeristenval. Natuurlijk, als je geen gedoe wilt, is zo’n pas heel handig. Maar als je, net als ik, je geld liever uitgeeft aan leuke dingen, dan loont het om goed te plannen.
Hieronder zie je het schema dat mij hielp om de keuze te maken: geen JR Pass. Misschien scheelde het maar zo’n €80 per persoon, maar voor een klein beetje gemak en wat verborgen kosten vonden wij die luxe overbodig. Ben je benieuwd wat je qua prijs kunt verwachten voor zo’n reis? Laat het me weten in de reacties onderaan deze blog.
| Duur | Type | Tot okt 2023 (JPY / EUR) | Vanaf okt 2023 (JPY / EUR) |
|---|---|---|---|
| 7 dagen | Ordinary | ¥29 650 ≈ € 172,30 | ¥50 000 ≈ € 290,30 |
| Green | ¥39 600 ≈ € 229,90 | ¥70 000 ≈ € 406,40 | |
| 14 dagen | Ordinary | ¥47 250 ≈ € 274,70 | ¥80 000 ≈ € 464,50 |
| Green | ¥64 120 ≈ € 372,60 | ¥110 000 ≈ € 638,70 | |
| 21 dagen | Ordinary | ¥60 450 ≈ € 351,30 | ¥100 000 ≈ € 580,60 |
| Green | ¥83 390 ≈ € 484,40 | ¥140 000 ≈ € 813,00 |
Dagpassen
Dagpassen zijn vaak een slim alternatief voor de bekende JR Pass. In veel gevallen zijn ze zelfs voordeliger. Afhankelijk van welke pas je kiest, kun je bijvoorbeeld onbeperkt reizen binnen een bepaalde regio of op een specifiek traject. Vaak krijg je daar ook extra voordelen bij, zoals gratis toegang tot bezienswaardigheden, kortingen of combinaties met musea.
Voor ons leverde dit een flinke besparing op ten opzichte van de JR Pass. Daarbij is het openbaar vervoer in Japan verrassend betaalbaar. Ter vergelijking: een enkeltje Almere–Groningen kost al snel €50, terwijl je in Japan voor een vergelijkbare afstand maar een fractie betaalt. Er bestaan verschillende soorten dagpassen, elk met hun eigen voordelen. Welke het beste bij je past, hangt af van je route en reisstijl. Daar kan ik je bij helpen, zodat je zorgeloos en voordelig reist.
IC-kaart
En dan de IC-kaart: het Japanse equivalent van onze OV-chipkaart – en nog zoveel meer dan dat. Iedereen zegt het, en het klopt: dit kaartje is onmisbaar. Het maakt reizen supermakkelijk, want het werkt bij verschillende vervoerders. De bekendste varianten zijn Suica en PASMO (in en rond Tōkyō) en ICOCA in de Kansai-regio (Ōsaka, Kyōto, Kōbe). Wij maakten gebruik van ICOCA. Deze kaart hebben we bij de luchthaven van Ōsaka (KIX) gekocht. Tickets of IC-kaarten koop je eenvoudig op de stations. Afhankelijk van je route kan een rail pass in sommige gevallen nog voordeliger zijn.

Openbaar vervoer
Het Japanse openbaar vervoer is zeer efficiënt, punctueel en schoon, maar het vraagt wel dat je je weg weet te vinden in een complex netwerk en dat je de etiquette respecteert: dus netjes in de rij wachten bij het instappen en geen luide gesprekken aan boord. Op de perrons staan zelfs markeringen op de grond die aangeven waar je moet staan bij het instappen en uitstappen. Dat lijkt misschien vreemd, maar als je bedenkt dat er op het station van Tōkyō dagelijks 3,5 miljoen mensen komen, klinkt het ineens heel logisch. Er is orde nodig; zonder die duidelijke regels zou het gegarandeerd chaos worden.
Belangrijke dingen om te weten:
- Er is een verschil tussen JR-lijnen en particuliere spoorlijnen.
- Voor sommige Limited Express-treinen moet je een toeslag betalen.
- IC-kaarten kun je vaak alleen met contant geld opladen.
Heb je vragen over het openbaar vervoer in Japan? Laat het hieronder weten in de reacties.
Binnenlandse vluchten
Ook binnenlandse vluchten bleken verrassend betaalbaar en hadden nauwelijks invloed op de totale reissom. In tegenstelling tot de JR Pass, die juist flink in de kosten kan hakken. In Japan-blog deel 3 vertel ik ook over onze binnenlandse vlucht naar Okinawa, de zuidelijkste prefectuur van Japan. Okinawa staat bekend om zijn unieke Ryukyu-cultuur, prachtige natuur met UNESCO-werelderfgoedlocaties en zijn belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog. Dat laatste merk je meteen.
Ōsaka
Eerste nacht in Ōsaka
Na een soepele reis kwamen we aan op de luchthaven van Ōsaka (KIX). Daar scoorden we wat contant geld uit een pinautomaat en kochten we ICOCA-kaarten. Bij de JR-balie haalden we gratis Haruka-treinkaartjes op die ik van tevoren had geregeld. Daarna reisden we met de IC-kaart naar ons hotel vlak bij de luchthaven. Geen gesleep met bagage door de stad na een lange vlucht, maar gewoon snel inchecken en uitrusten.
Het hotel bood precies wat we nodig hadden na zo’n reis: een ruime kamer, moderne uitstraling en vooral comfort. Ik had al gehoord en gelezen over de geavanceerde wc’s in Japan, dus eenmaal in de kamer heb ik die uitgebreid geïnspecteerd. De wc-bril was heerlijk voorverwarmd en had verschillende spoelfuncties. Ook was er een bad van Japans formaat, onmogelijk om in uit te glijden dankzij de antislipbodem. Verder lagen er allerlei verzorgingsproducten: douchegel, shampoo, conditioner, scheermesjes, kammetjes, oorstaafjes, tandenborstels met tandpasta en zelfs haarelastiekjes. Dit was de ideale kamer om even bij te komen van de lange reis en meteen een van de eerste goede indrukken van Japan.
Het uitzicht vanuit onze kamer op de 16e verdieping was indrukwekkend. We zagen het eiland waarop de luchthaven ligt en de weg ernaartoe, zowel per trein als per auto. Naast de lobby van het hotel was een supermarkt waar we onze ogen uitkeken: LAWSON.
We kochten meteen iets om uit te proberen: Cassis met 3% alcohol (en een Fanta Lemon). Het smaakte vreemd maar verrassend lekker. Daarna zochten we een plek om te dineren. We kozen voor een BBQ-restaurant met all-you-can-eat. We zaten er een uur heerlijk te eten (tot sluitingstijd) en gingen daarna nog even naar de 24/7 taxfree winkel ernaast, waar we opnieuw onze ogen uitkeken. We zagen talloze KitKat-smaken, Pokémon-artikelen, soju en whiskyflessen van vier liter en nog veel meer. Een winkel waar je al snel veel koopt voor relatief weinig geld.
De volgende ochtend begonnen we met frisse energie aan onze reis richting het centrum van Ōsaka. We gingen met de shuttle bus terug naar de luchthaven, wat slechts 10 minuten duurde. Stipt 07:29 uur stonden we naast de bus en om exact 07:30 uur vertrokken we. Aangekomen bij de luchthaven stapten we over op de Limited Express Haruka trein naar Ōsaka. Wat was dit leuk om te zien: een Hello Kitty trein! Natuurlijk hebben we wat foto’s gemaakt (ze hieronder) en met verbazing toegekeken hoe de stoelen draaiden naar de juiste reisrichting. We waren erg benieuwd naar de plekjes die ik op de planning gezet had. Hieronder lees je daar meer over.


Osaka Castle & Park
Tijdens ons verblijf in Ōsaka wilden we natuurlijk ook het iconische Osaka Castle zien, ook wel bekend als Ōsaka-jō. Alleen al het imposante aanzicht van het kasteel is indrukwekkend (zie onderstaande afbeeldingen). Binnen rondlopen maakte het nog leuker: het museum vertelt veel over de geschiedenis van Ōsaka en de rol van dit kasteel door de eeuwen heen. Bovenin het kasteel genoten we van een panoramisch uitzicht. Rondom het kasteel ligt het uitgestrekte Osaka Castle Park. Daar vind je ook de Hokoku Shrine, gewijd aan Toyotomi Hideyoshi, de daimyo die het oorspronkelijke kasteel liet bouwen. Na de wandeling was het tijd voor lunch. In de buurt van Osaka Business Park zijn genoeg moderne eetgelegenheden, maar in en rond het park zelf kun je ook prima terecht.


Dōtonbori
Vanaf het kasteel in Ōsaka gingen we met de bus verder naar Dōtonbori. Daar bezochten we otaku-winkels (voor animefans). We aten lunch in de buurt en probeerden warme sake. Ook hebben we een echte karaokebar uitgeprobeerd. Gelukkig konden we Engels selecteren, al was er weinig Engels te zien. We gingen terug naar ons hotel voor een dutje en daarna op stap met familie. Voor het avondeten gingen we naar Kura, waar we conveyor-belt sushi uitprobeerden. Gaaf om al dat eten zo snel voorbij te zien komen op een lopende band en dat je bestelling abrupt voor je neus stopt. Het was een leuke ervaring en het eten was heerlijk.






Kuromon Ichiba Market
In de buurt van ons verblijf bezochten we Kuromon Ichiba Market. Deze markt is een van de bekendste van Ōsaka. De overdekte straat van zo’n 600 meter staat vol met meer dan 150 kraampjes waar je alles vindt: van superverse vis en vlees tot fruit, snacks en streetfood dat voor je neus wordt bereid. Denk aan takoyaki, sushi, sashimi en okonomiyaki: allemaal typisch Ōsaka.
De markt bestaat al sinds de 19e eeuw en wordt ook wel de keuken van Ōsaka genoemd, omdat zelfs lokale chefs hier hun inkopen doen. Tegenwoordig is het een mix van locals en toeristen die komen proeven, rondstruinen en genieten van de levendige sfeer.

Nipponbashi
Als anime- en techliefhebbers bezochten we Nipponbashi. Het staat ook bekend als Den-Den Town, Ōsaka’s eigen elektronica- en otaku-wijk. Zie het als een rustiger alternatief voor Akihabara in Tōkyō. Je vindt er winkeltjes vol manga, animefiguren, tweedehands elektronica, retro spelcomputers en allerlei gadgets en hobbyartikelen. Het is dé plek om een kijkje te nemen in de nerdcultuur van Japan. Als verzamelaar en liefhebber van deze cultuur kun je hier je hart ophalen. Of je nu iets specifieks zoekt of gewoon wilt rondkijken, de sfeer is uniek en typisch Japans.
Shinsekai & Tsutenkaku Tower
Op loopafstand van ons hotel vonden we Shinsekai, Ōsaka’s retrobuurt. Het werd gebouwd in de jaren 20 met de ambitie om het Parijs van het Oosten te worden. Vandaag de dag voelt het alsof de tijd er heeft stilgestaan: kleurrijke neonborden, smalle straatjes en een mix van pachinkohallen, kleine cafés en lokale eettentjes. De echte charme zit in de ouderwetse izakaya’s en streetbars, waar je onder het genot van een drankje en wat snacks de lokale sfeer optimaal beleeft.
Midden in de wijk staat de Tsutenkaku Tower, hét herkenningspunt van Shinsekai. Vanaf de top heb je een mooi uitzicht over de stad. Bovenin de toren gingen we de glijbaan in, een van de mogelijke activiteiten in de toren. Rond 16.00 uur is een populaire tijd voor de activiteiten, dus als je lange rijen wilt vermijden, kies dan een ander tijdstip. Van alle torens die we bezochten was deze mijn favoriet. Niet qua hoogte, maar omdat ik bij het zien van deze kleurrijke toren telkens een glimlach op mijn gezicht kreeg. In de onderstaande foto’s zie je Tsutenkaku Tower en de uitzichten vanaf de hoogste verdieping.




Abeno Harukas
Een ander hoogtepunt was Abeno Harukas, een van de hoogste wolkenkrabbers van Japan, 300 meter hoog. Het observatiedek Harukas 300 bood ons een spectaculair uitzicht over Ōsaka en de wijde omgeving. Met de lift gingen we naar de 60e verdieping (zie foto en video’s hieronder). Vanaf het observatiedek op de 58e t/m 60e verdieping heb je een panoramisch uitzicht over de stad en ver daarbuiten. Overdag zie je de skyline in detail en ’s avonds verandert het uitzicht in een zee van licht. Dit gebouw is niet alleen in de hoogte spectaculair, maar ook eronder: daar vind je een enorm warenhuis, restaurants en een kunstmuseum.

Universal Studios Japan
Een bezoek aan Ōsaka is niet compleet zonder een dag bij Universal Studios Japan (USJ). Achteraf denk ik daar anders over. Ons bezoek was een hoogtepunt en tegelijkertijd een dieptepunt. De combinatie van een lange reis naar Japan en continu FOMO hebben omdat er onwijs veel te doen is, zorgde ervoor dat wij dagelijks onze dag kapot begonnen. FOMO (Fear Of Missing Out) is de angst om iets leuks of belangrijks te missen. We kwamen net voor de opening van het park fris en fruitig (op drie uur slaap) aan bij de ingang. Het was toen al extreem druk, precies zoals in de USJ-verhalen die ik op internet had gelezen.
Het park staat vol spectaculaire attracties en themagebieden, van de wereld van Harry Potter tot Super Nintendo World. Zelfs als je niet alle attracties meepakt, is de sfeer alleen al een ervaring op zich. Ik was vooral benieuwd naar Super Nintendo World, dat online flink gehypet wordt. Nu wilde ik het met mijn eigen ogen zien en ervaren. Zoveel mogelijk van het park zien is lastig als je meer dan de helft van de tijd in rijen staat. We kozen voor de Universal Express Pass 7 (Minecart & Selection), wat de wachttijden significant verminderde. Toch waren er zó veel mensen in het park dat we alsnog lang in rijen stonden, maar we hielden het tot het eind vol voor Mario. In de avond was het wel heel mooi om te zien (zie video hiernaast en foto’s hieronder).




We hebben genoten van een korte 4D-show die, na een introductie in het Japans en Engels, volledig verderging in het Japans. Daarna hebben we meerdere keren in een restaurant gewacht tot ons tijdslot aan de beurt was voor verschillende attracties (Mario Kart: Koopa’s Challenge, Yoshi’s Adventure, Mine Cart Madness, Harry Potter and the Forbidden Journey, Flight of the Hippogriff, The Flying Dinosaur en Jurassic Park: The Ride). Het restaurant had een Amerikaans thema en het eten was heerlijk. Het zat de hele dag vol en je moest goed opletten of er een plekje vrijkwam.

We hebben de limieten van onze lichamen echt tot het einde gepusht. Met knikkende knieën ging ik naar de laatste attractie, waar ik het meest naar uitkeek: Super Nintendo World. Het was leuk om een keer gezien te hebben, maar helaas nam de massastroom van mensen de meeste magie weg.
Mijn advies: doe dit aan het einde van je vakantie. Of sterker nog, helemaal niet. Wil je per se gaan? Ga in de winter, drink hete koffie en kies voor de VIP-experience. Zonder Express Pass was ik na een uur al vertrokken. Ik vond het een traumatische ervaring, maar nu ben ik wel genezen van USJ-FOMO. Als ik ooit weer USJ bezoek, dan boek ik de VIP-experience. Het kost een berg geld, maar het is een zeer comfortabel alternatief. Hadden we hiervan gebruikgemaakt, dan waren we ongetwijfeld niet naar ons hotel gestrompeld met benen die echt hun eind bereikt hadden.

De dagen na ons bezoek aan USJ waren pijnlijk en rust nemen was geen optie. Ik ben er deze vakantie achter gekomen dat FOMO echt een ding is, want in Tōkyō hadden we er nog meer last van. Ook in deze miljoenenstad is er onwijs veel te zien en te doen. Daarover lees je hieronder.
Tōkyō
Reis naar Tōkyō vanuit Ōsaka 🚄
Ik heb de screenshot hiernaast gemaakt om een beeld te geven van de afstanden die we tijdens onze reis hebben afgelegd. Je ziet de afstand tussen Tōkyō en Ōsaka. Het gaat om ongeveer 500 kilometer, wat je met de auto in zes uur aflegt, maar met de shinkansen (ook wel bullet train of kogeltrein) doe je dit in ongeveer twee uur en een kwartier. Er wordt nu al gewerkt aan een trein die deze route in 67 minuten doet, met snelheden van ruim 500 km/uur. Het eerste deel is naar verwachting in 2034 klaar (Tōkyō tot Nagoya) en de rest na 2037 (Tōkyō tot Ōsaka).
We vonden het spannend om voor het eerst met deze trein te reizen en moesten ons weer navigeren op een nieuwe plek. Alles verliep vlekkeloos en we waren keurig op tijd. We haalden nog wat snacks in het winkeltje onder de perrons, die heerlijk bleken. De trein was er al een kwartier van tevoren. We liepen met onze bagage naar onze gereserveerde plekken in de trein en konden onze koffers met gemak kwijt boven onze stoelen. Het was een supercomfortabele reis in standaard stoelen. We genoten van het uitzicht en de ervaring om ongeveer 300 km/ute reizen. De stoelen zetten we een stuk naar achteren voor een dutje. Deze Nozomi-trein maakte enkele stops en voordat we moesten uitstappen hoorden we de omroep voor Tōkyō. Die omroep doen ze bij elke stop, zodat het uitstappen weinig tijd kost, want de shinkansen wacht op niemand. De shinkansen had in 2023 een gemiddelde vertraging van slechts 1,6 minuten per trein, inclusief vertragingen door natuurrampen en andere overmacht. We waren ongeveer 2,5 uur onderweg naar Tōkyō.
Wil je niet met al je bagage in het OV reizen, dan kun je gebruikmaken van services zoals Yamato. In Japan heet dit takuhaibin of takkyubin: een handige bezorgservice die je bagage naar je volgende bestemming brengt. Wij hebben hier geen gebruik van gemaakt. Reizen met onze vier koffers (twee kleine en twee grote) was geen probleem en er was altijd genoeg ruimte in het OV, zeker in de shinkansen.
Aangekomen in Tōkyō gingen we direct naar TeamLab Borderless, een kunstmuseum.
Ja, met onze bagage voor 3 weken. Ik had geen zin om onze spullen weer op te moeten halen bij het station. Dat hadden we in Ōsaka al een keer gedaan en dat kost tijd. Online staat dat er geen opslag is voor grote bagage, maar wat is groot? Ik dacht dat onze bagage groot was, maar we probeerden het gewoon. Desnoods zouden we alles meenemen het museum in.
TeamLab Borderless
Een van de absolute hoogtepunten tijdens onze reis is teamLab Borderless, een digitale kunstervaring die je letterlijk onderdompelt in licht, kleur en beweging. Iets wat je nergens anders ter wereld ziet. Ook op een zonnige dag zoals deze, had ik deze ervaring voor geen goud willen missen.

We kwamen aan met al onze bagage, die we kwijt konden in hun geavanceerde opslagruimte. Het was niet gewoon een hal met personeel. Er waren kluisjes voor rugzakken, kabelsloten voor koffers en ook voor kinderwagens. Er was plek zat om je bagage achter te laten, erg fijn. We konden zonder onze spullen relaxed alle ruimtes in het museum ervaren. Ik had op internet mooie foto’s gezien en goede reviews gelezen, maar snapte het nog niet helemaal. Is het echt zo geweldig? Het zijn toch alleen maar kleuren? Toen we de eerste ruimte binnenliepen, begrepen we het meteen. De foto’s online zijn prachtig, maar de ervaring zelf is echt indrukwekkend. Het is in het echt zoveel mooier en moeilijk vast te leggen in een foto. Het gevoel dat je hebt, kun je nooit volledig vastleggen, en dat lees je terug in de reviews. Dit is het mooiste museum dat ik ooit heb gezien. Er zijn verschillende ruimtes die niet de hele dag hetzelfde blijven, dus de show die je ziet kan later totaal anders zijn. Hieronder zie je enkele foto’s en een video van wat we zagen.






We waren van plan er een paar uur te blijven, maar je kunt hier makkelijk 3 tot 5 uur blijven. We vergaten de tijd volledig en moesten ons haasten naar de volgende bezienswaardigheid: Tokyo Skytree.
Tokyo Skytree
Tōkyō Sukaitsurī (in het Japans) was supergaaf en volgens internet iets wat je gedaan moet hebben. We snappen nu waarom. Het was heel bijzonder om 450 meter boven de grond uit te kijken over Tōkyō. We hadden kaartjes voor twee decks: Galleria en Observatory Deck.
Ik maakte de onderstaande foto op de roltrap naar de toren en nog een foto van de zonsondergang vanuit de toren. Fuji-sama was weer niet te zien, verscholen achter een dikke deken van wolken.


Wagyu
Op onze eerste avond in Tōkyō aten we in Ginza all-you-can-eat Wagyu (met all-you-can-drink). Wat een culinaire ervaring. We hebben hier zo lekker en betaalbaar gegeten. Ik weet zeker dat we in Nederland een tienvoud hadden betaald voor A5 Wagyu en dan heb je nog niet eens iets te drinken. We genoten van het malse, sappige vlees en natuurlijk ook van de voorgerechten, bijgerechten en het dessert. Dit was echt een soort hemel waar we een koningsmaaltijd kregen. Niet te vergelijken met de karige stukjes wagyu die we in Nederland eerder hadden geprobeerd.
Met een volle maag gingen we naar een wel heel speciaal hotel in Shinjuku: op het dak zagen we een gigantische Godzilla-kop. We verbleven in een buurt die eigenlijk 24/7 aanstaat, maar wij helaas niet. Het was tijd om te rusten voor de volgende dagplanning: de Fuji-tour. Hieronder zie je enkele foto’s die zijn genomen in de omgeving van Shinjuku.
Mount Fuji
Vroeg vertrokken we naar de verzamelplek van de Fuji-tour. We reden met een tourbus langs verschillende stadjes en hoogtepunten, onder begeleiding van de leuke gids Betty. Zij vertelde onderweg enthousiast over Japan. Zoals we al wisten is Fuji maar ongeveer 80 dagen per jaar zichtbaar, en op de dag van onze tour zagen we alleen een dikke wolkendeken.
Fujikawaguchiko is een stadje aan de voet van Mount Fuji. Het is bekend vanwege de beroemde foto’s en de heerlijke ijsjes die je kunt kopen in Oishi Park. We hebben het zelf uitgeprobeerd, en het klopt helemaal wat ze zeggen over de ijsjes: oishii (lekker)!








Het klinkt misschien stom, zeker als je Mount Fuji helemaal niet kunt zien, maar we zijn ook naar de supermarkt gegaan die beroemd is vanwege de foto’s met de berg op de achtergrond. Samen met vele toeristen maakten we een foto van de Lawson-supermarkt, zonder Fuji-sama erachter.
In de middag aten we in een traditioneel restaurant in een tatami-ruimte (een ruimte met Japanse matten). Terwijl we op ons eten wachtten, gingen we even naar buiten om een yukata te passen, een kledingstuk gebaseerd op de kimono. Na het eten maakten we een korte wandeling langs verschillende vijvers. In sommige vijvers hadden mensen muntjes gegooid, terwijl dat niet is toegestaan.

Daarna gingen we naar de volgende stop: de bekende Chureito Pagoda (foto hiernaast, met op de achtergrond wolken en geen Fuji-sama). Om dit gebouw te bereiken moesten we een stuk omhoog wandelen, en op sommige stukken was het best steil. Hijgend kwamen we boven aan. Onderweg kwamen we een bordje tegen waarop stond dat we apen en beren konden tegenkomen. Gelukkig waren die er niet, maar wel veel spinnen. Qua aantal toeristen viel het mee en iedereen kreeg de kans om foto’s te maken. Er zijn echter altijd mensen die denken dat ze er alleen zijn. Met de frisse lucht en stilte genoten we van het uitzicht. Chureito Pagoda is echt een plaatje op zich, met of zonder Fuji-sama.
Aan het einde van de tour werden we weer afgezet in Tōkyō en gingen we naar de Marunouchi Building voor het avondeten. Er zijn meerdere verdiepingen met restaurants en als je niet uitkijkt, ben je alleen maar aan het zoeken. Er zijn gewoon te veel opties en er is niet per se één beste keuze.
Akihabara
In Akihabara (ook wel Akiba genoemd) kun je eindeloos rondlopen en je ogen uitkijken. Het is de hoofdstad van elektronica, anime en otaku-cultuur in Tōkyō. Wat ooit een wijk vol elektronicawinkels was, is nu wereldwijd bekend om zijn shops met computeronderdelen, figurines, games en manga. Ik kocht er ook wat manga’s van mijn favoriete anime’s. Daarna gingen we naar ons verblijf om bij te komen van de lange dag.



Shibuya & Shibuya Sky
In Shibuya ervaar je Tōkyō op zijn drukst en meest iconisch. Onze planning liep anders, waardoor we Shibuya Crossing pas aan het einde van de dag bezochten. Het moment dat de verkeerslichten op groen springen en honderden mensen tegelijk de straat oversteken is hét symbool van Tōkyō en een ervaring die je minstens één keer zelf moet meemaken. Het kruispunt was erg druk en veel mensen bleven hangen om filmpjes te maken en meerdere keren over te steken.


Op dat moment was Shibuya Sky gesloten, het moderne observatiedek met een spectaculair 360-graden uitzicht over de stad. Wellicht gaan we hierheen tijdens ons volgende bezoek aan Tōkyō. Er is nog zoveel wat we willen zien en doen. Tijdens deze reis wilden we Tōkyō niet missen, maar ook genieten van de rust buiten Tōkyō, daarom weken we uit naar Nikko. Een verstandige keuze, want ook daar hebben we ervaringen gehad die we nooit zullen vergeten. In deel 2 van mijn Japan-blog lees je daar meer over.

De reis die nooit echt eindigt
Deze reis liet ons al veel verschillende kanten van Japan zien: van historische steden tot tropische eilanden. Maar dit land heeft nog zoveel meer lagen. Iedere regio heeft zijn eigen karakter, keuken en bezienswaardigheden. Eén ding is zeker: je kunt Japan niet in één reis volledig leren kennen. En dat hoeft ook niet. Het draait erom dat je kiest voor de plekken die het beste bij jouw interesses en reistempo passen. Daar help ik je graag bij. Zo weet je zeker dat je het maximale haalt uit jouw Japan-reis, zonder keuzestress.
Verder lezen
Benieuwd naar de rest van mijn reis door Japan? Lees hier verder:
Deel 2 – Nikkō, Hakone, Hiroshima, Miyajima
Deel 3 – Himeji en Kyōto
Deel 4 – Okinawa
Als je graag nog meer wilt lezen (en zien!) over Japan: op Instagram deel ik binnenkort nieuwe verhalen, foto’s en een heel bijzonder winter wonderland. Leuk als je me daar volgt. ❄️🇯🇵

Klaar voor Japan
Wil jij naar Japan? Neem contact met mij op voor een persoonlijk reisvoorstel dat écht bij jou past. Mijn contactgegevens staan onderaan de pagina.
























Plaats een reactie